Flexibel plannen zonder vast einddoel lijkt op Cruquius in het Amsterdam Oostelijk Havengebied uit te lopen op de volgende grootschalige stedelijke ontwikkeling. Hoezo gebiedsontwikkeling in kleine stapjes, met initiatieven en betrokkenheid van bewoners en ondernemers?

Het begon veelbelovend op het meest zuidelijke schiereiland in het Amsterdamse Oostelijk Havengebied. Mede door de economische recessie en de actieve betrokkenheid van particuliere grondeigenaren, zittende ondernemers en belegger/ontwikkelaar Amvest werd een aanzet gegeven tot organische ontwikkeling zonder vast eindbeeld.

Een spelregelkaart geeft in grote vlakken aan hoe Cruquius stap voor stap van kleur mag verschieten naar een gemengd woon-werk-verblijfsgebied.

Amvest verwierf een fors deel van het schiereiland aan de Entrepothaven en is begonnen met de ontwikkeling van het eerste deelgebied waar 390 koop- en huurappartementen, 1250m2 bedrijfsruimte en het eigen kantoor zullen komen. Andere deelgebieden aan het water zullen volgen, waaronder drie karakteristieke gebouwen. De Harbour Club is al een publiekstrekker aan deze kant van het eiland en de verwachting is dat het ketelhuis, het pompgebouw en Huisje Insulinde met een nieuwe bestemming op het terrein van de voormalige palmoliefabriek voor nog meer dynamiek zullen zorgen. Ook de plannen voor de monumentale Sigmafabriek worden binnenkort gepresenteerd.

Eind vorig jaar maakt AM bekend het terrein Chubb Fire & Security te hebben verworven om er en levendig woon en werkgebied te realiseren. Deze locatie ligt strategisch in de bocht van de Nieuwevaart en het Amsterdam-Rijnkanaal. AM heeft er samen met KCAP Architects&Planners en a.s.r. vastgoed vermogensbeheer, dat 40 procent van de woningen turn-key zal afnemen, al een planvisie voor gemaakt. Op basis van het business model ‘I AM YOU’ (?? wat dat ook betekenen mag),  zegt AM de plannen de komende periode in samenwerking met de omwonenden, de gemeente Amsterdam en andere belanghebbenden verder uitwerken.

Intermediair

De ontwikkelingen gaan, ingegeven door de druk op de Amsterdamse vastgoedmarkt, ineens razendsnel. De overige gebiedseigenaren en ondernemers op Cruquius voelen zich ondanks de goede intenties van een paar jaar terug nauwelijks betrokken bij de transformatie die het gebied nu in sneltreinvaart ondergaat.

Leon Paquay, van Cruquius Connects en de Coöperatie Cruquius Circulair die ijvert voor het behoud van de ambachtelijke activiteiten in het gebied, legt de oorzaak daarvoor ook bij de gebiedseigenaren. ‘die voornamelijk bezig zijn met de ontwikkeling van hun eigen perceel gericht op maximaal rendement zonder het totaal van de initiatieven te overzien.’

Hij is een van de initiatiefnemers voor een aantal goed bezochte lunchbijeenkomsten waar de gebiedsontwikkeling met alle stakeholders afgelopen jaar werden besproken. Toch bespeurde hij terughoudendheid bij zowel gebiedseigenaren als ontwikkelaars. ‘Ze hebben de neiging om pas iets naar buiten te brengen als zaken min of meer zijn uitgekristalliseerd. Zo wordt het moeilijker om een integraal beeld te vormen; ook het stadsdeel laat hier haar taak als intermediair liggen’, vindt Cruquius Circulair.

Circulair

Flexibel plannen zonder vast einddoel lijkt op deze manier het recept voor de volgende grootschalige stedelijke ontwikkeling, vreest hij. ‘In Oost willen ze heel graag woningproductie, en al dat gezeur met onduidelijke partijen over een woon-werkwijk maakt het veel lastiger. Dat vinden we jammer, juist omdat er in dit gebied potentie zit om het op een heel andere manier te gaan doen.’ Om aan de gebiedsontwikkeling meer sturing te geven heeft een aantal ondernemers in juni 2015 de Coöperatie Cruquius Circulair opgericht. Paquay: ‘De duurzaamheidsdoelstellingen die Amsterdam mede onderschreven heeft, spelen in nu bij de gebiedsontwikkeling van Cruquius nauwelijks een rol.

Er is geen integrale aanpak als het gaat om afvalstromen, energie en mobiliteit. Bovendien wordt de unieke vormentaal van dit gebied, met zijn organisch gegroeid percelen en gebouwen, en onregelmatige rooilijnen, door de nieuwbouw verstoord. De sfeer van het gebied verandert snel van een stoer, industrieel karakter naar marktconforme woningbouw in een Saint Tropez-achtige “maritieme” sfeer, met winkelfuncties in de plint. Van industriële of ambachtelijk sfeer is dan echt geen sprake meer.’